Vrijdag 10 januari 2020, ± 13.40 uur. We wandelen met 5 dames uit de buurt (allen boven de 60), vanaf de Wijnhofstraat.
Een grote auto staat midden op de weg. We kunnen er langs, maar ik maak wel een foto van de versperring.
We lopen door en horen enkele tellen later luid gescheld en getier achter ons. Nog iets later, we zijn dan ter hoogte van het ingekuilde mais, horen we de auto aankomen, met veel geraas. We zoeken de berm op, hij rijdt voorbij, stapt uit en begint een woedende tirade met de gebruikelijke ingrediënten: ‘Wegwezen! Niks te zoeken hier! Jullie mogen hier niet lopen!’
Maar hij richt zich ook op mij persoonlijk, wat hij eind 2019 ook al een paar keer deed. Hij zoekt me op, staat recht tegenover mij, oog in oog, wijst naar mij en spreekt me persoonlijk aan. ‘Ik ken jou! Als ik jou hier nog één keer zie…! Als ik je toevallig niet zie, dan heb je mazzel! Jij!’ Hij voegt daar uiteindelijk met een armgebaar aan toe: ‘Dat geldt voor jullie allemaal!’

Het is deze persoonlijke dreiging, die zwaar valt.