9 april, rond 16.00 uur. Ik fiets vanuit het Kerkpad, achter een oudere meneer op een aangepaste fiets aan, de weg langs boer Schooten op. De vrouw van de boer staat te gebaren dat we er niet door kunnen, ze zijn aan het werk. De man draait om.

Ik zeg dat ik wel even wacht. ‘Kun je lang wachten’ roept de boer vanuit de verte. Een uur, als ik vraag hoe lang, waarop ik omdraai.

Na drie kwartier rijd ik terug naar huis, vanaf de Kapperallee de weg langs boer Schooten op in de veronderstelling dat het werk klaar is. Er staat een vrachtwagen met draaiende motor dwars over de weg. Ik vraag voor de veiligheid  of ik er langs kan met de fiets aan de hand. Er is ruimte voor.

Hierop komt de boer kwaad op me afgestevend en schreeuwt dat ik dat klotemens ben dat er net ook al was en dat hij geen corona wil. Ik zeg dat ik afstand zal houden en dat hij dat ook moet  doen. Hij staat nl. op een fietswielafstand naar me te schreeuwen. Hij schreeuwt dat ik degene ben die dichtbij komt en dat ik weg moet gaan.

Ik  ben op privéterrein zegt hij. Ik zeg dat ik op de weg zal blijven. Hij vraagt waarom ik geen andere weg neem. Ik zeg dat ik door revalidatie van mijn knie niet ver kan. Hij begint hard, grof en dreigend te schelden: kutwijf, vies vet varken, gore dit en gore dat enz. Een jongere man ( zoon?) en een andere man staan het op een afstand gade te slaan. Zijn vrouw, meer op de achtergrond ook. De boer staat nog steeds voor mijn fiets te schelden.

Ik blijf zgn. rustig en zeg niets. Hij loopt met de andere mannen tenslotte weg. Als ze uit het zicht zijn stap ik op en rijd door. Maar dichterbij gekomen begint hij weer te schelden voor mijn fiets. Ik zeg dat hij afstand moet houden.  Hij dichtbij schreeuwend ‘als…(onverstaanbaar) zou ik je van je fiets aftrappen. ‘

Ik bleef steeds rustig maar ineens schreeuw ik hem kwaad toe dat het genoeg is en dat hij me niet als een stuk oud vuil heeft uit te schelden. Hij loopt naar zijn huis en vrouw. Ik fiets langs, onder commentaar van zijn vrouw: ‘Fijn fietsen is het hier, zo mooi.’  Als ik het laatste obstakel heb genomen, fietsen langs zijn pick up die midden op de weg staat geparkeerd,  kan ik eindelijk door.