Toen de familie Wiegman nog op de Voorster Bouwhof boerde, was het fijn fietsen langs de boerderij. Inderdaad durf ik nu niet meer langs het Kerkpad te fietsen, zoals voorheen. 

De nieuwe boer was bezig op de trekker, mest of iets anders op een hoop te ordenen. Daarvoor reed hij steeds voor- en achteruit, in een regelmatig tempo.

Ik wachtte tot de trekker weer vooruit schoof, zodat ik met de fiets kon doorrijden. Maar nauwelijks opgestapt gaf hij vol gas achteruit.Hij riep: ‘ik rij je de poten onder je kont uit, als je nog een keer durft terug te komen.’

Gelukkig kon ik hem net ontwijken en met het hart in de keel vervolgde ik m’n weg. Jammer van dat aardige wegje binnendoor. Met wat respect over en weer, en een groet of opsteken van de hand, is een dag zoveel mooier.