Gisteravond (2 juni) liep ik met mijn aangelijnde hond over het Kerkpad richting Kapperallee. Niet zonder een gevoel van spanning maar dat hoef ik hier niet uit te leggen. Toen ik de boerderij van Van Schooten naderde zag ik rechts in het weiland dichtbij de omheining een jonge zwarte hond staan. Hij kwispelde vrolijk en kwam naar ons toe en bleef ons goedaardig volgen. Een jonge vrouw verderop vroeg  mij op afstand of ik ‘het bord’ soms niet had gelezen. Het was duidelijk dat zij niet het gemeentebord bedoelde maar hun eigen ‘niet-welkom’ pamflet. Ze begon een tirade over 4 meter afstand die Campina hun zou hebben opgelegd en dat ik hier niets had te zoeken. Ik ben gewoon doorgelopen, maar hun hond was niet van plan op haar commando’s in te gaan. Noch die van  de jonge man die mij even later van grote afstand toeschreeuwde dat ze vanwege die 4 meter wel gedwongen waren passanten te weren. Alsof de coronacrisis aanleiding is voor hun gedrag! Hun hond bleef intussen nog altijd vrolijk met ons meelopen zodat ik, al bijna de Kapperallee genaderd, ben blijven stilstaan om de man de kans te bieden z’n hond  terug te halen. Dat gebeurde: hij greep het beestje bij z’n nekvel  en liep zwijgend terug. Nog geen minuut later hoorde ik bij die boerderij het doordringend, piepend gejank van een hond in nood. Maken zij zich ook schuldig aan dierenmishandeling?

Daarbij: een van Van Schootens argumenten om wandelaars te weren is zijn vrees voor besmetting van zijn veestapel door hondenpoep. Behalve de uitwerpselen van hun eigen loslopende hond? Wat een familie!

Dit incident liep voor mij redelijk geweldloos af. Ik snap de aarzeling van mensen om langs deze boerderij te lopen. Maar intimidaties en bedreiging belonen? Nee toch?