De eerste ontmoeting met dhr. Van Schooten was in de winter van 2017/2018. Voorzover ik mij kan herinneren was het omstreeks 11.00 uur in de ochtend. Ik wandelde langs het Berkelpad in westelijke richting. 

Ter hoogte van de boerderij van Janssen lagen grote plassen op het pad die licht bevroren waren. Als ik daarover zou lopen zou ik in het water doorzakken. Om die reden maakte ik een kleine boog van slechts enkele meters door het weiland. 
Er was geen hek of andere afzetting. 

Uit het niets en heel stil (zodat ik hem pas op het laatste moment gewaar werd) kwam dhr. Van Schooten aangesneld. 

Daarna volgde een woedende scheldpartij met o.m.: “Hoe ik het waagde op zijn land te komen” ; 
“Als ik je hier nog eens zie sla ik je er af” en “Jouw rotkop zal ik wel onthouden”. 

Het heeft even geduurd voor ik het impact van de scheldpartij te boven was. Ik wist op dat moment niet waar hij vandaan kwam en wie hij was. Er was geen ruimte voor enig gesprek of om voor te stellen. 

De tweede ontmoeting was in de zomer 2018 op een grasland tussen de Damlaan en de Kapperallee. Ik vermoed dat het in de middag was, rond 15.00 uur.

Ik liep richting Kapperallee en was ruim voorbij het crematorium. Ik liep langs de rand van het weiland. Via het weiland lopen was een route die regelmatig werd belopen, een heerlijk zonnige route en afkorting. 

Er was geen hek of enige andere afzetting aan de kant van de Damlaan of de Kapperallee. Ik zag ineens een tractor stoppen in de berm op de Kapperallee, daaruit kwam Van Schooten aangesneld. 

Ik herkende de man van de scheldpartij en hield mijn hart vast. Omdat ik niet weg kon vluchten ben ik stil blijven staan. Hij stopte abrupt op 10 cm voor mij en bewoog steeds van zijn ene been op het andere. Hij raakte mij net niet aan, maar de situatie was zeer, zeer dreigend. Daarbij kwam weer schelden in de zelfde soort frasen. “wat doe je op mijn land!” ; “waag het niet om hier nog eens te komen” en “ik onthou jou rotkop”.

Ondertussen op en neer springend voor mij. Ik voelde mij erg bedreigd en zei toen: “ik bel de politie”, waarna hij pas echt witheet leek te worden. 

Omdat ik het er zonder kleerscheuren vanaf wilde brengen heb ik alles ingezet om de agressie te dempen en mijn excuses aangeboden voor lopen op het grasland. Daarna liet hij mij door en liep dreigend achter mij naar zijn tractor terug. 
Ik was alleen en ik heb tijd nodig gehad dit voorval te verwerken. 

Ik heb sindsdien alles gemeden waar ik mogelijk dhr. Van Schooten zou kunnen treffen. Helaas heb ik van deze beide ontmoetingen niet meteen melding gemaakt. In beide gevallen dacht ik nog aan toeval en stak in ook de hand in eigen boezem voor zover ik kennelijk iemands eigendom betreden had. 

Nadat ik hoorde van de ernstige uitval naar Mevr. M, door dhr. van Schooten, heb ik alsnog aangifte gedaan van beide voorvallen, mij realiserend dat er sprake was van een echt structurele en gevaarlijke situatie. 
Destijds is de toenmalige aangifte, kennelijk gezien is als een melding, omdat getracht is de situatie te harmoniseren. 
Omdat er meer ernstige meldingen/aangiftes zijn wil ik van mijn “meldingen” alsnog aangifte doen. 

P.S. Voorlopig wil ik niet dat dhr. Van Schooten mijn naam te weten komt.